Home » doelgroep » kinderen » leerproblemen

Leerproblemen

De term leerproblemen is een algemene term om aan te geven dat kinderen een probleem hebben op vlak van het schoolse leren.

Dit kan zich uiten op vlak van lezen, spelling en rekenen

 

1. Leesprobleem

Dit houdt in dat het kind moeilijkheden ondervindt op vlak van lezen. Dit kan zich op verschillende manieren uiten:

  • laag leestempo
  • radend lezen
  • veel fouten lezen
  • weinig tekstbegrip

Wanneer een kind een leesprobleem heeft, is logopedie zeker aangewezen. We gaan nauwkeurig na wat het precieze probleem is om dan specifiek te gaan oefenen. 

Indien we tijdens de therapie een mooie evolutie merken, spreken we van een leesprobleem. Indien we de achterstand maar moeilijk kunnen bijbenen kan er gesproken worden over dyslexie. 

Voor kinderen met een leesprobleem of dyslexie, is lezen een enorme opgave. Daarom is het zeer belangrijk om het lezen aangenaam te maken voor hen. Ze moeten het plezier tijdens het lezen (terug) kunnen vinden. 

 

2. Spellingprobleem

We spreken van een spellingprobleem wanneer een kind tijdelijk problemen of een achterstand heeft op vlak van spelling. Deze achterstand wordt vaak bijgebeend door intensief te oefenen. Wanneer de problemen toch blijven aan houden, spreken we van dysorthografie

Bij kinderen met dysorthografie merken we vaak een repetitief foutenpatroon. Voor hen is het zeer moeilijk om de aangeleerde spellingsregels of moeilijkheden te automatiseren. Vaak is dit voor de kinderen zelf én hun omgeving zeer frustrerend. 
Vaak horen zij deze uitdrukkingen : 


"Doe eens wat beter je best!"

"Amai, je bent weer lui vandaag!"

" Maak je nu alweer deze fout?"

"Hoeveel keer moet ik het je nu nog zeggen?"

...

In feite zorgen deze uitdrukkingen voor nog meer frustratie bij de kinderen want zij kunnen er zelf helemaal niets aan doen. Een leerstoornist (dyslexie, dysorthografie, dyscalculie) is genetisch bepaald. 

 

3. Rekenprobleem

Ook bij rekenproblemen geldt dezelfde regel. Indien het probleem tijdelijk is en kan worden weggewerkt door therapie, spreken we van een rekenprobleem. Indien dit niet het geval is, wordt er van dyscalculie of een rekenstoornis gesproken. Stel je volgende situatie eens voor : 

      

 Je gaat boodschappen doen en je hebt 10 euro meegekregen. Je moet alle boodschappen op je lijstje kopen. Met het geld dat je over hebt, mag je zelf iets extra’s kopen. Je moet stipt om 13u thuis zijn. Je hebt alles van je lijstje kunnen vinden. Maar, je hebt geen idee hoe duur de boodschappen bij elkaar zijn en hoeveel geld je over houdt voor jezelf. Een fles cola voor 1,99 euro, een komkommer voor 1,09 euro en een zak brood voor 1,89 euro. Ook heb je gehakt, hoewel je niet zeker weet hoeveel gram een pond is, maar voor de zekerheid heb je twee bakjes gehakt genomen (aangezien de tweede met 30% korting is). Het duizelt je van de getallen en je raakt in de stress omdat je telefoon aangeeft dat het 12.35 is. Hoe laat is dat ook alweer?

 

Voor mensen zonder problemen is het zeer duidelijk wat we met bovenstaande getallen moeten aanvangen. Maar voor personen met rekenprobleem of dyscalculie is dit zeer verwarrend. Ze weten niet wat ze moeten aanvangen met al deze getallen. Voor hen is het belangrijk om de rekenopdrachten zo concreet mogelijk te maken. Vaak hebben kinderen met dyscalculie problemen met: 

  • kennis van eenvoudige telrijen en getalbegrip.
  • het koppelen van het getal aan het cijferwoord (dus dat 4 hetzelfde is als het woord ‘vier’)
  • het herkennen van de rekenkundige symbolen
  • het aanleren en automatiseren van reken- en telhandelingen.
  • Kinderen blijven traag in het rekentempo.
  • praktische vaardigheden als klokkijken, geldrekenen, inzicht in maateenheden.
  • het toepassen van rekenstrategieën
  • het herleiden van de som uit een verhaal of context.