Home » doelgroep » volwassenen » spraakapraxie

Spraakapraxie

 

Bij een verbale apraxie kan het schema voor het programmeren van de spraak niet meer goed worden gebruikt. De spieren werken nog goed, maar het aansturen van de spieren geeft problemen.

 

Kenmerken:

 

  • De belangrijkste kenmerken zijn het niet-consequent herhalen, verlengen, vervangen en toevoegen van klanken.
  • Het zijn niet altijd dezelfde woorden of klanken die problemen geven. Vaak worstelt iemand om het juiste woord te kunnen produceren, merkt dat het mis gaat, worstelt opnieuw en kan op deze manier steeds verder van het bedoelde woord afraken.
  • De persoon met apraxie kan bijvoorbeeld de t -klank wel produceren in het woord ‘tafel’ en niet in het woord ‘thee’. Een tijd later kan het zijn dat het woord ‘tafel’ ook niet meer correct geproduceerd kan worden. De fouten zijn dus niet-consequent.
  • Als er meerdere medeklinkers op elkaar volgen, worden meer fouten gemaakt (bijvoorbeeld school, trap, fiets,…).
  • Men maakt meer fouten bij langere woorden (bijvoorbeeld vakantiepark, krantenwinkel,…) en bij klanken die minder vaak voorkomen.
  • Vaak kunnen woorden of klanken onbewust beter geuit worden dan op vraag. Automatische reeksen zoals tellen, liedjes, dagen van de week, versjes,…zullen daarom vaak beter uitgesproken worden.
  • Bij reflexbewegingen (zoals uitroepen van pijn) of automatische bewegingen zijn er nagenoeg geen problemen.
  • De spreker is zich bewust van zijn/haar fouten, maar is niet in staat ze te anticiperen of te corrigeren.
  • De persoon moet zoeken om lippen en tong in de juiste positie te brengen om een klank te vormen.
  • Men spreekt soms trager, zonder klemtonen en/of intonatie.
  • De ernst van verbale apraxie kan variëren van helemaal niet meer kunnen spreken tot lichte articulatieproblemen die slechts zo nu en dan optreden.
  • Verbale apraxie kan 'geïsoleerd' voorkomen, of samen met een afasie of een dysartrie.